Nieuwsbrief | 2009 | December

SAMENWONEN

Als u met uw partner gehuwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, is uw relatie geregeld bij de wet. Wanneer u samenwoont en geen huwelijk of geregistreerd partnerschap wenst, is het verstandig te bezien of u toch een en ander moet vastleggen in een samenlevingsovereenkomst en/of twee testamenten.

Een notariŽle samenlevingsovereenkomst is soms voorgeschreven. Om uw partner in aanmerking te laten komen voor een partnerpensioen is dit soms door het pensioenfonds vereist. Door werkgevers wordt voor bepaalde secundaire arbeidsvoorwaarden de eis gesteld dat er een notariŽle samenlevingsovereenkomst is opgemaakt. Ook de wetgever stelt steeds vaker de eis dat voor de samenwonende partner geldt dat er een notariŽle samenlevingsovereenkomst moet zijn.

Samenwoners met kinderen kunnen bij testament een voorziening voor de langstlevende samenwoner treffen voor het geval de eerste van hen komt te overlijden.
In dit testament moet dan uitdrukkelijk worden bepaald dat de legitieme portie van de kinderen pas opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende. Voorts moeten de samenwoners een notariŽle samenlevingsovereenkomst hebben.
Alleen als aan deze beide voorwaarden is voldaan kunnen de kinderen van de eerst overlijdende samenwoner de voorziening van de langstlevende niet aantasten.
Voor samenwoners, die bij testament voorzieningen treffen voor de langstlevende van hen, geldt de vrijstelling en het tarief voor gehuwden, wanneer aan drie voorwaarden is voldaan. Zij moet bij overlijden van de eerste van hen al zes maanden een notariŽle samenlevingsovereenkomst hebben, volgens de gemeentelijke basisadministratie al zes maanden samenwonen en fiscaal partner zijn.
Voor samenwoners die geen notariŽle samenlevingsovereenkomst hebben geldt dat zij pas in aanmerking komen voor de vrijstelling en het tarief voor gehuwden wanneer zij vijf jaar samenwonen volgens de gemeentelijke basisadministratie.
In het door de Tweede Kamer op 3 november jl. aangenomen wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet is opgenomen dat een notarieel samenlevingscontract vereist is willen samenwoners zich kwalificeren als partner in de zin van deze wet. In dit samenlevingscontract dient tenminste een wederzijdse zorgverplichting te zijn opgenomen. Anders dan in het oorspronkelijke wetsvoorstel is nu in het aangenomen wetsvoorstel opgenomen dat de eis van een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting niet geldt wanneer men tenminste vijf jaar een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd en dit ook blijkt uit de gemeentelijke basisadministratie.

In een samenlevingovereenkomst kunt u allerlei afspraken vastleggen:

  • hoe de kosten van de huishouding worden betaald ůf voor rekening van beiden naar evenredigheid van ieders netto-inkomsten ůf voor rekening van beiden ieder voor de helft ůf op een andere wijze;
  • dat alle goederen die zich in de gezamenlijk bewoonde woning bevinden gemeenschappelijk eigendom zijn (eventueel ook de personenauto die op naam van ťťn van beiden staat);
  • dat alles wat u gemeenschappelijk in eigendom heeft bij overlijden van de ťťn volledig eigendom wordt van de ander al of niet zonder het betalen van enige vergoeding.
    Let wel door een samenlevingsovereenkomst wordt u niet elkaars erfgenaam. Daarvoor is nodig dat men elkaar bij testament aanwijst als erfgenaam.

Wanneer u kinderen heeft is de noodzaak om een testament te maken nog groter omdat de kinderen dan de enige erfgenamen zijn en onmiddellijk hun erfdeel krijgen.
Is er wel een samenlevingsovereenkomst, waarin staat dat de gemeenschappelijke goederen zonder vergoeding in eigendom verblijven aan de langstlevende partner maar er is geen testament, dan kunnen de kinderen zich hiertegen verzetten en hun legitieme (de helft van hun normale erfdeel) onmiddellijk opeisen. Dit laatste kunnen de kinderen niet wanneer u een testament heeft gemaakt waarin staat dat de legitieme voor de kinderen pas opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende. In datzelfde testament kunt u tevens uw kinderen al of niet samen met uw partner tot erfgenaam benoemen. Aan uw partner kunt u het vruchtgebruik van de woning en de rest van uw nalatenschap legateren, zodat uw partner zoveel mogelijk verzorgd achterblijft.
Een andere voorziening, die u nog kunt treffen in een testament, is het verdelen van het gezamenlijk vermogen over uw beider families wanneer u beiden zonder kinderen kort na elkaar komt te overlijden bijvoorbeeld ten gevolge van een ongeval. Regelt u niets dan gaat in deze situatie alles naar de familie van degene die het langst heeft geleefd.

Het reeds eerder vermelde door de tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel tot wijziging van de Succesiewet brengt nog enkele wijzigingen mee voor samenwoners.

  • Wanneer men in het testament ook de kinderen van de partner wil betrekken geldt voor hen thans het hoogste tarief (het tarief voor vreemden). In de gewijzigde wet zal dit anders zijn en worden zij gezien als ďstiefkinderenĒ. Voor stiefkinderen gelden dezelfde vrijstellingen en hetzelfde tarief als voor kinderen.
  • In het wetsvoorstel stond oorspronkelijk dat een ouder en een kind (bloedverwanten in de rechte lijn) geen partner van elkaar kunnen zijn. In het thans aangenomen wetsontwerp is hierop een uitzondering gemaakt wanneer er sprake is van mantelzorg.
  • De defiscaliseringsregeling van artikel 5.4 Wet Inkomstenbelasting wordt uitgebreid tot samenwoners. Deze regeling geldt thans alleen voor gehuwden (en geregistreerde partners). Als kinderen bij overlijden van een partner al erfgenamen zijn, maar nog niets ontvangen, omdat hun erfdeel door de langstlevende partner wordt schuldig gebleven, hoeven de kinderen niet jaarlijks over deze vordering op de langstlevende partner in box 3 inkomstenbelasting te betalen.