- KIND VERLIEST RECHT OP MOEDERLIJK ERFDEEL DOOR VERJARING

In 2016 is door de rechtbank Noord-Nederland een opmerkelijk vonnis uitgesproken, waar niet iedereen bij stil staat.
De casus is als volgt.
Een moeder overlijdt in 1993 en laat de vader en het kind na als erfgenamen. De moeder had een langstlevende testament gemaakt, waarin was opgenomen dat de vader alle goederen in eigendom krijgt onder de verplichting om alle schulden over te nemen. Dit is de zogenaamde ouderlijke boedelverdeling, waarbij de vader het moederlijk erfdeel aan het kind schuldig blijft.
Volgens het testament van de moeder kan het kind de vordering opeisen bij overlijden van de vader maar ook als de vader ongehuwd zou gaan samenwonen. 

In 2014 is de vader overleden. De vader had een testament gemaakt, waarin hij zijn vriendin met wie hij in 1994 was gaan samenwonen, tot enig erfgename had benoemd.
De rechtbank Noord-Nederland moest een oordeel geven of het kind nog het moederlijk erfdeel kon vorderen bij de vriendin van de vader.
De vriendin was van mening dat de vordering was verjaard omdat meer dan 20 jaar was verstreken tussen het opeisbaar worden van de vordering (het gaan samenwonen van de vader met zijn vriendin) en het opvorderen van het moederlijke erfdeel.
Het kind vond echter dat de opeisbaarheidsgrond, het gaan samenwonen, in strijd was met de openbare orde of de goede zeden. Het kind vond verder dat de verjaringstermijn diende te worden verlengd, omdat de vader en zijn vriendin opzettelijk hun samenwoning hadden verzwegen.

De rechtbank stelde de vriendin in het gelijk.

De rechtbank was van oordeel dat de opeisbaarheidsgrond (het gaan samenwonen) niet in strijd was met de openbare orde of goede zeden. Volgens de rechtbank had de vriendin voldoende duidelijk gemaakt dat volgens de maatschappelijke opvatting van destijds en van nu geen strijd was met de openbare orde of goede zeden.
Door het kind was niet tegengesproken dat de samenwoning van de vader met zijn vriendin in 1994 was begonnen. Het kind kon de opzettelijke verzwijging niet bewijzen.
De vordering van het kind was door de vriendin van de vader uiteindelijk wel schriftelijk erkend, maar deze erkenning zorgde niet voor een omzetting in rechtens afdwingbare verbintenis. Deze erkenning vond namelijk plaats nadat de vordering reeds was verjaard wegens verloop van 20 jaar.
Voor de rechtbank zal ook meegespeeld hebben dat de partijen, de vader en het kind, vanaf 1993 nauwelijks contact hadden gehad.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat het niet direct opeisen van een erfdeel, wanneer dit erfdeel opeisbaar is geworden, nare gevolgen kan hebben. Het kan te laat zijn om te wachten tot het overlijden van de langstlevende ouder om het erfdeel van de eerstoverleden ouder op te vragen.
De huidige langstlevende testamenten hebben veel opeisbaarheidsgronden, die mogelijk niet allemaal bij de kinderen bekend zijn.