- INBRENG VAN GIFTEN

Nieuwsbrief | 2015 | September

Het is niet altijd mogelijk of gewenst dat een ouder aan alle kinderen een (gelijke) gift doet. Soms wordt een gift gedaan als voorschot op de erfenis. De ouder kan dan bij het doen van de gift de verplichting aan het kind opleggen om de schenking te zijner tijd in te brengen in de nalatenschap van de ouder.
De verplichting tot inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap van de ouder eerst de waarde van de gift wordt opgeteld bij de waarde van de nalatenschap. Op het aan het kind toekomende gedeelte van de nalatenschap komt dan in mindering hetgeen hij eerder tijdens het leven van zijn ouder heeft ontvangen.

Voorbeeld:
een overleden vader heeft twee kinderen en heeft tijdens zijn leven aan één kind
€ 50.000 geschonken onder de verplichting tot inbreng in zijn nalatenschap.
Vader overlijdt en laat bij zijn overlijden zijn twee kinderen na. Zijn nalatenschap bedraagt € 100.000.
De verdeling van de nalatenschap is dan als volgt:
Fictief te verdelen is € 150.000, waarin beide kinderen voor de helft ofwel
€ 75.000 zijn gerechtigd.
Van de nalatenschap krijgt het ene kind € 25.000, want die heeft al € 50.000 gehad, en het andere kind krijgt € 75.000.

Over de inbreng van giften is het een en ander geregeld in de wet:


Voorbeeld:
Een overleden vader heeft twee kinderen en heeft tijdens zijn leven aan één kind
€ 50.000 geschonken onder de verplichting tot inbreng in zijn nalatenschap.
Vader overlijdt en laat bij zijn overlijden zijn twee kinderen na. Zijn nalatenschap bedraagt € 30.000.
De verdeling van de nalatenschap is dan als volgt:
Fictief te verdelen is € 80.000, waarin beide kinderen voor de helft ofwel
€ 40.000 zijn gerechtigd. Dit is minder dan de gift van € 50.000. Het ene kind hoeft niets in te brengen, maar krijgt ook niets uit de nalatenschap.
Het andere kind krijgt de hele nalatenschap van € 30.000.

De inbreng van giften is een verrekening bij de verdeling en heeft in principe niets te maken met een beroep op de legitieme portie. Toch kan het voorkomen dat de gift moet worden ingebracht, zij het gedeeltelijk, én dat de gift gedeeltelijk moet worden terugbetaald aan degene die het beroep op de legitieme doet.

Voorbeeld:
De overleden vader heeft twee kinderen en tijdens zijn leven aan één kind
€ 400.000 geschonken onder de verplichting tot inbreng in zijn nalatenschap.
Vader overlijdt en laat bij zijn overlijden zijn twee kinderen na. Zijn nalatenschap bedraagt € 100.000.
De verdeling van de nalatenschap is dan als volgt:
Berekening inbreng: fictief te verdelen is € 500.000, waarin beide kinderen voor de helft ofwel € 250.000 zijn gerechtigd. Dit is minder dan de gift van € 400.000. Het ene kind hoeft niets in te brengen, maar krijgt ook niets uit de nalatenschap.
Het andere kind krijgt de hele nalatenschap van € 100.000.
Berekening legitieme: de legitieme is de helft van het gewone erfdeel van de fictieve nalatenschap (de nalatenschap vermeerderd met de gift). Dit is ¼ deel van € 500.000. De legitieme is dan € 125.000. Het andere kind krijgt maar € 100.000 uit de nalatenschap en kan daarom bij het ene kind nog € 25.000 vorderen met een beroep op de legitieme.