- INBRENG VAN GIFTEN AAN KINDEREN

Nieuwsbrief | 2014 | December

Veel ouders willen hun kinderen gelijk behandelen. Als zij giften doen aan hun kinderen, dan willen ouders dat alle kinderen hetzelfde bedrag ontvangen. Dat kan niet altijd. Er zijn niet altijd genoeg liquide middelen om alle kinderen tegelijkertijd een gift te geven. Het kan zijn dat een kind financiële problemen heeft en acuut moet worden geholpen. Het kan ook zijn dat een kind in aanmerking komt voor de eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting, omdat het kind de gift kan gebruiken voor de aanschaf van een eigen woning of de aflossing van een eigen woningschuld of een restschuld. Wat als uw andere kind geen eigen woning heeft. Hoe kunt u er dan voor zorgen dat beide kinderen toch gelijk behandeld worden?

Een mogelijkheid is bij de gift aan het ene kind de verplichting op te leggen dat de gift ingebracht moet worden bij de verdeling van de nalatenschap van de ouder.
Wanneer deze verplichting is opgelegd en de schenker overlijdt dan moet bij de verdeling van de nalatenschap onder de kinderen de schenking bij de nalatenschap worden opgeteld. Bij de verdeling krijgen de kinderen dan evenveel rekening houdend met het bedrag dat een kind al eerder tijdens het leven van de ouder heeft gehad.

Per 1 januari 2003 is de wet veranderd met betrekking tot inbreng van giften. Vóór die tijd gold dat alle giften, die kinderen tijdens het leven van hun ouders hadden ontvangen verplicht moesten worden ingebracht bij de verdeling van de nalatenschap van de ouder, tenzij ofwel bij het doen van de gift ofwel in het testament van de ouder deze gift uitdrukkelijk was vrijgesteld van deze verplichting. Vanaf 1 januari 2003 geldt het omgekeerde. De gift hoeft alleen te worden ingebracht wanneer dat uitdrukkelijk bij het doen van de gift of in het testament van de ouder is bepaald. Dit geldt voor giften die gedaan zijn na 1 januari 2003.

De inbreng van de gift in de nalatenschap van de ouder vindt plaats door middel van verrekening van de waarde van de gift met het erfdeel. De inbreng is beperkt tot het erfdeel. De gift moet bij de verplichting tot inbreng worden gewaardeerd naar het tijdstip van het doen van de gift. Inbreng is alleen verplicht ten opzichte van mede-erfgenamen. Schuldeisers van de nalatenschap hebben hier geen voordeel van. Vanaf het openvallen van de nalatenschap wordt de waarde van de in te brengen giften verhoogd met een rente van 6%. Is de gift destijds door de beide, in gemeenschap van goederen gehuwde, ouders gedaan, dan vindt inbreng plaats in beide nalatenschappen voor de helft.
De inbreng zorgt voor het gelijktrekken van de brutoverkrijgingen van de kinderen, maar de nettoverkrijgingen uit de nalatenschap zijn niet gelijk.
Voorbeeld: De nalatenschap van vader is € 300.000 en hij heeft twee kinderen, waarvan een kind tijdens het leven van vader een gift van € 100.000 (vrijstelling van schenkbelasting) heeft ontvangen met de verplichting tot inbreng. Te verdelen onder de twee kinderen € 400.000, ieder € 200.000.
Erfbelasting is verschuldigd voor een kind over € 200.000 (minus vrijstelling) en een kind over € 100.000. (minus vrijstelling).

Een oplossing voor deze ongelijke nettoverkrijgingen is om in plaats van het opleggen van de inbrengverplichting in de nalatenschap in het testament van de schenker op te nemen dat het kind dat de schenking niet heeft ontvangen vooraf een bedrag uit de nalatenschap (een legaat) ontvangt vrij van erfbelasting. In het hiervoor gegeven voorbeeld betekent dit dat het ene kind € 100.000 extra ontvangt, terwijl evenveel erfbelasting door de erfgenamen is verschuldigd.

N.B. Wilt u nog gebruikmaken van de eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting van € 100.000 dan moet ook de administratieve afhandeling van de aflossing van de eigenwoningschuld vóór 31 december 2014 plaatsvinden. Wel is het mogelijk nog in 2014 een schenking te ontvangen die onder de vrijstelling wordt gebruikt voor verbetering en onderhoud van het huis in 2014, 2015 en 2016. Het huis moet wel vóór 2015 door de begiftigde zijn verkregen.