- VERHOGING EIGEN BIJDRAGE AWBZ

Nieuwsbrief | 2013 | April

Volwassenen, die zorg ontvangen (thuis of in een zorginstelling), moeten daarvoor op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een eigen bijdrage betalen.
Per 1 januari 2013 heeft het kabinet de eigen bijdrage voor de AWBZ-zorg en Wmo voor mensen met vermogen verhoogd met een extra bijtelling van inkomen uit vermogen dat de grondslag vormt voor het inkomen uit sparen en beleggen in de Inkomstenbelasting.
Deze zogenaamde “vermogensinkomensbijtelling” heeft tot gevolg dat ter bepaling van de eigen bijdrage voor zorg voortaan niet alleen het inkomen van belang is, maar ook het vermogen van de zorgontvanger.
De eigen bijdrage wordt berekend over het verzamelinkomen voor de Wet IB 2001 (waarin begrepen het forfaitaire inkomen (4%) uit vermogen in box 3!) vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen in box 3 vermogen voor zover dit meer is dan het vrijgestelde vermogen.
De eigen bijdrage kent een maximum van € 2.189,20 per maand.
Het administratiekantoor CAK berekent de eigen bijdrage AWBZ en zorgt voor de inning van deze bijdrage.

Om het box 3 vermogen te verlagen hebben ouders diverse mogelijkheden:

  1. het schenken aan hun kinderen (en kleinkinderen);
  2. als langstlevende ouder de schuldig gebleven erfdelen in de nalatenschap aan de kinderen uitkeren.

Ad 1. Schenken
Het overhevelen van vermogen aan kinderen (en kleinkinderen) tijdens het leven bespaart vanaf dit jaar niet alleen erfbelasting maar verlaagt ook de eigen bijdrage AWBZ.
Bij een schenking aan kinderen bedraagt de vrijstelling voor de schenkbelasting in 2013 € 5.141,00 per kind en € 2.057,00 per kleinkind.
Wordt jaarlijks meer dan de vrijstelling geschonken, dan bedraagt de schenkbelasting voor schenkingen tot € 118.254,00 10% voor kinderen en 18% voor kleinkinderen. Voor bedragen boven € 118.254,00 bedraagt de schenkbelasting 20% voor kinderen en 36% voor kleinkinderen.

Wanneer men zelf de beschikking wil houden over het eigen spaargeld en/of de eigen beleggingen, kan ook “op papier” worden geschonken aan kinderen (en kleinkinderen).
Voor het berekenen van de inkomstenbelasting worden het spaargeld en de beleggingen in box 3 verminderd met de schulden aan de kinderen en kleinkinderen. Deze schulden ontstaan door het jaarlijks schenken van vorderingen (schenkingen “op papier”) aan de kinderen en kleinkinderen.
De schenkingen kunnen ook herroepelijk worden gemaakt als men bang is op termijn in financiële problemen te komen.

Ad 2. Uitkeren van de schuldig gebleven erfdelen
Bij overlijden met achterlating van een echtgenoot en kinderen, zijn meestal op grond van de wet of bij testament alle bezittingen en schulden toegedeeld aan de langstlevende echtgenoot. De erfdelen worden aan de kinderen schuldig gebleven, al of niet met rente.
Deze door de langstlevende schuldig gebleven erfdelen, zijn volgens de Inkomstenbelasting geen aftrekbare schulden in box 3.
De langstlevende behoeft de erfdelen niet uit te keren tijdens het leven, maar mag dit wel. Keert de langstlevende de erfdelen tijdens zijn/haar leven uit aan de kinderen, dan wordt het box 3 vermogen kleiner.
Wanneer de langstlevende overweegt om de erfdelen aan de kinderen uit te keren, terwijl de erfdelen nog niet opeisbaar zijn, is het raadzaam om eerst na te gaan wat hiervan de fiscale consequenties zijn. Het kan zijn dat door het eerder uitkeren van de erfdelen schenkbelasting verschuldigd is.

Het is ook belangrijk om naar de (levens)testamenten te kijken. In de huidige testamenten staat vaak dat de erfdelen van de kinderen in verschillende situaties ook tijdens het leven van de langstlevende al door de kinderen kunnen worden opgeëist. Één van die situaties kan zijn dat de langstlevende na opname in een verpleeg- of bejaardentehuis inteert op het vermogen. De vraag is of dat nog steeds wenselijk is of dat hierin wijzigingen moeten worden opgenomen, omdat de kans op vermogensintering en opeisbaarheid thans aanzienlijk is vergroot.
In de levenstestamenten kan de schenkingswens worden vastgelegd. Wanneer men dan wilsonbekwaam wordt kunnen de schenkingen door een gevolmachtigde worden voortgezet.