- CURATELE, BEWIND EN MENTORSCHAP

Nieuwsbrief | 2013 | September

Wanneer iemand, die meerderjarig is, niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen, dienen er maatregelen genomen te worden. De wet geeft hier verschillende mogelijkheden:

  1. de persoon kan onder curatele worden gesteld;
  2. zijn goederen kunnen onder bewind worden gesteld;
  3. er kan een mentor worden benoemd.

Ad 1.
Bij ondercuratelestelling worden de persoon en het vermogen beschermd. Iemand die onder curatele is gesteld mag niet meer zelf rechtshandelingen verrichten. Er wordt een curator benoemd, die optreedt namens de onder curatele gestelde persoon (de curandus). De curator neemt de financiële en andere belangen waar.
De ondercuratelestelling wordt in de staatscourant en twee landelijke dagbladen gepubliceerd en opgenomen in het curateleregister.

Ad 2.
Bij onder bewindstelling worden alle of bepaalde goederen van iemand onder bewind gesteld en niet de persoon zelf. De persoon mag niet meer zelf beslissen over deze goederen. Deze maatregel beperkt zich tot bescherming van het vermogen. Er wordt een bewindvoerder benoemd, die zo mogelijk samen met de betrokken persoon beslist, en die alleen beslist over de financiële zaken.
In de registers, waarin goederen zijn opgenomen (zoals het kadaster), moet een aantekening van het bewind plaatsvinden.

Ad 3.
Een mentor beslist zo mogelijk samen met de betrokken persoon over zijn verzorging, verpleging en behandeling.

De benoeming van een curator, bewindvoerder of mentor vindt plaats door de kantonrechter tegelijk met de beslissing van de kantonrechter of een ondercuratelestelling, onderbewindstelling of het instellen van een mentorschap moet plaatsvinden. Er dient een verzoekschrift getekend door de naaste bloedverwanten (b.v. echtgenoten, ouders, broers en zusters) te worden ingediend bij de kantonrechter. In dit verzoekschrift moet ook staan wie als curator, bewindvoerder of mentor wordt voorgedragen en deze moet ook verklaren daartoe bereid te zijn. Met het verzoekschrift dient ook een medische verklaring, waarin staat dat iemand niet meer in staat is zijn eigen (vermogensrechtelijke) belangen waar te nemen, aan de kantonrechter te worden verstrekt.
De kantonrechter wil meestal zelf ook de desbetreffende persoon horen.
Is een bewindvoerder of curator benoemd dan moet deze een opgave van het vermogen aan de kantonrechter doen. Ook moet deze jaarlijks rekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter over de inkomsten en uitgaven van de onderbewindgestelde goederen of de goederen van de curandus.
Voor bepaalde rechtshandelingen (b.v. verkoop van een huis) of een grotere uitgave heeft de curator of bewindvoerder de toestemming van de kantonrechter nodig, bij bewind alleen wanneer de persoon van wie de goederen onder bewind zijn gesteld zelf deze toestemming niet meer kan geven.

Het is mogelijk deze inmenging van de kantonrechter te voorkomen . Wanneer men nog volledig wilsbewaam is, kan men in een algemene notariële volmacht of een levenstestament een gevolmachtigde aanwijzen. Wanneer de bevoegdheid volgens de volmacht of het levenstestament doorloopt, wanneer men niet meer wilsbekwaam is geworden, kan de gevolmachtigde ook blijven handelen voor de volmachtgever zonder dat het inschakelen van een kantonrechter nodig is.
In de praktijk merk ik echter regelmatig, dat met deze optie te lang wordt gewacht.