- BELASTINGPLAN 2012 EN AANVERWANTE WETTEN (DEEL II)

Nieuwsbrief | 2012 | Juni

Eind vorig jaar zijn door de Tweede en Eerste Kamer de wetsvoorstellen Belastingplan 2012, Overige fiscale maatregelen 2012 en de Geefwet aangenomen.
Het doel van de Geefwet is de regelgeving met betrekking tot ANBI’s (Algemeen Nut Beogende Instelling) te stroomlijnen en het geven aan ANBI’s te stimuleren mede door de schenker belastingvoordelen te geven.

Hieronder volgt een selectie van een deel van de maatregelen, die met ingang van 1 januari 2012 in de wet staan (voorzover betreffende het notariële belastingrecht):

  1. Door de Geefwet is het begrip “algemeen nut” neergelegd in de wet met een limitatieve opsomming van de activiteiten (art. 5b Algemene Wet inzake Rijksbelastingen).
    Een ANBI, die zich (nagenoeg) uitsluitend richt op cultuur, wordt volgens diezelfde wet aangemerkt als een culturele instelling (CI). Ook de sociaal belang behartigende instelling (SBBI), almede de steunstichting van een SBBI zijn geregeld in de wet (art 5c AWR). In tegenstelling tot het begrip “algemeen nut” kent de wet geen limitatieve opsomming van de activiteiten, die worden begrepen onder “sociaal belang”.

  2. Giften aan een CI zijn voor 125% aftrekbaar voor de Inkomstenbelasting met een maximum van € 1.250,00 (art. 6.39a IB) en voor 150% voor de Vennootschapsbelasting met een maximaal van € 2.500,00 (art. 16 lid 3 Vpb).
    Bij een gift van € 1.000,00 is dus € 1.250,00 aftrekbaar voor de IB en
    € 1.500,00 voor de Vpb.

  3. Eenmalige giften aan een steunstichting van een SBBI (art. 5d AWR) zijn onder voorwaarden aftrekbaar voor de Inkomstenbelasting.

  4. Als een herroepelijke gift wordt herroepen of als een gedane gift wordt ontbonden, wordt deze gift bij het inkomen opgeteld wanneer eerder giftenaftrek is genoten (art. 3.139 Wet IB 2001).

  5. Voor alle stichtingen en verenigingen geldt een vrijstelling van vennootschapsbelasting als de fiscale winst niet meer bedraagt dan € 15.000,00, dan wel in het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren tezamen de fiscale winst niet meer bedraagt dan € 75.000,00 (art. 6 Vpb).

  6. De partnerregeling voor samenwoners is in 2012 zodanig uitgebreid ten opzichte van vóór 2012 dat in beginsel ook sprake is van een partner als op het woonadres een minderjarig kind is ingeschreven (art. 1.2 lid 1 onderdeel e Wet IB).

    Het partnerbegrip is met ingang van 2011 voor alle fiscale wetten geregeld in artikel 5a AWR. Tot dat begrip behoren gehuwden, geregistreerd partners en samenwoners met een notarieel samenlevingscontract, die op hetzelfde adres staan ingeschreven.
    In artikel 1.2 Wet IB 2001 is het begrip partner ruimer en kwalificeert men verplicht als partner, wanneer men samen een eigen kind heeft, als de partner is aangemeld voor een pensioenregeling en/of men samen een woning heeft.

  7. Alsnog is bevestigd dat de eigenwoningregeling geldt bij erfrechtelijk vruchtgebruik van een eigen woning als de vruchtgebruiker slechts de gewone lasten en herstellingen draagt als bedoeld in art.3:220 lid 1 BW.