- BELASTINGPLAN 2012 EN AANVERWANTE WETTEN (DEEL I)

Nieuwsbrief | 2012 | April

Eind vorig jaar zijn door de Tweede en Eerste Kamer de wetsvoorstellen Belastingplan 2012, Overige fiscale maatregelen 2012 en de Geefwet aangenomen.
Hieronder volgt een selectie van een deel van de maatregelen, die met ingang van 1 januari 2012 in de wet staan (voorzover betreffende het notariële belastingrecht):

  1. tijdelijke verlaging overdrachtsbelasting van 6% naar 2% voor woningen, die vóór 1 juli 2012 worden verkregen (art. 14 WBR); deze wijziging werkt terug tot en met 15 juni 2011;
  2. uitbreiding van de defiscalisering tussen langstlevende partner en kinderen (art. 5.4 Wet IB);

    Vóór 1 januari 2012 gold de defiscalisering alleen voor geldvorderingen van kinderen op de langstlevende partner wanneer sprake was van de wettelijke verdeling of een verdeling, die gelijk was aan de wettelijke verdeling (verdeling van de nalatenschap tussen erfgenamen waarbij alles wordt toebedeeld aan de langstlevende partner en de kinderen alleen een niet opeisbare vordering krijgen). De defiscalisering houdt in dat de langstlevende partner voor de aangifte IB het hele vermogen moet opgeven en de niet opeisbare schulden aan de kinderen niet mag aftrekken in box 3. Daar staat tegenover dat de vorderingen bij de kinderen niet belast zijn in box 3.
    Vanaf 1 januari 2012 is deze defiscalisering uitgebreid tot:

    1. Niet opeisbare geldvorderingen van de kinderen op de langstlevende partner ontstaan:
      • door verdeling van de nalatenschap, ook als deze slechts gedeeltelijk is verdeeld;
      • door de langstlevende iets te legateren tegen uitgestelde betaling;
      • door een andere testamentaire regeling;
      • door het vorderen door kinderen van de niet opeisbare legitieme portie;

    2. Vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende partner:
      • op grond van een legaat opgenomen in het testament;
      • op grond van de uitoefening van een wilsrecht (4:19 of 4:21 BW) door een kind, wanneer er sprake is van een langstlevende, die niet de ouder is van het kind;
      • op grond van het beroep op één van de wettelijk rechten, wanneer een langstlevende partner is onterfd (4:29 of 4:30 BW).

    Voor de defiscalisering van bloot eigendom/vruchtgebruik geldt dat het vruchtgebruik tijdig moet zijn afgegeven te weten binnen twee jaar na het overlijden. De defiscalisering geldt vanaf de eerste peildatum voor box 3 na het openvallen van de nalatenschap. De defiscalisering geldt wanneer men aan de voorwaarden voldoet en is geen keuzemogelijkheid.

  3. een executeur is verplicht om de aangifte erfbelasting in te dienen (art. 72 lid 1); wel geldt een beperking van de aansprakelijkheid van de executeur voor erfbelasting indien hem geen blaam treft;

    De executeur, die zijn benoeming heeft aanvaard, is voortaan altijd verplicht tot het doen van de aangifte erfbelasting. Hierdoor wordt hij hoofdelijk aansprakelijk voor de door het overlijden verschuldigde erfbelasting.
    Met de aangifte plicht van de executeur wordt beoogd te bereiken dat hij ook het zwarte vermogen in het buitenland van de overledene, waarvan hij op de hoogte is, opgeeft. Mocht de executeur niet de gehele nalatenschap aangeven, dan is een erfgenaam verplicht uit eigen beweging van het zwarte vermogen mededeling te doen, op straffe van een vergrijpboete. Hiertoe is de erfgenaam in de wet een inzagerecht toegekend (art. 72 lid 3 SW).

  4. het tarief en de vrijstellingen voor de Successiewet zijn in 2012 gelijk aan 2011 (art. 24 lid 1, art. 32 en 33 en art. 35b lid 1 SW), eenmalig vindt geen inflatiecorrectie plaats;
  5. voor erf- en schenkbelasting voor woningen kan men kiezen uit twee WOZ waarden (de WOZ waarde volgens de beschikking van het jaar van het overlijden/de schenking of de WOZ waarde volgens de beschikking van een jaar later (art. 21 lid 5 SW);
  6. ter compensatie van de voorgaande maatregel is de eerste tariefschijf voor de erf- en schenkbelasting verlaagd met € 3.000,00 tot € 15.708,00 (art.24 lid 1 SW);