- VRUCHTGEBRUIK WORDT FISCAAL AANTREKKELIJKER

Nieuwsbrief | 2011 | December

In de huidige flexibele langstlevende testamenten worden de langstlevende echtgenoot of partner bij overlijden van de eerste echtgenoot of partner verschillende alternatieven aangereikt voor de afwikkeling van de nalatenschap. Uit deze alternatieven (de combinatie van de wettelijke verdeling of quasi wettelijke verdeling met een overnamelegaat tegen inbreng van de waarde en een vruchtgebruiklegaat) hoeft de langstlevende echtgenoot of partner pas te kiezen na het overlijden van de eerste echtgenoot of partner.

Naast de mogelijkheid van de langstlevende echtgenoot of partner om zich alle goederen toe te eigenen in eigendom kan de echtgenoot of partner ook kiezen om een of meer zaken (bijvoorbeeld een woning of effecten ) in vruchtgebruik te nemen.
Wat houdt dit vruchtgebruik in?
Kiest de langstlevende echtgenoot of partner het vruchtgebruik van een woning, dan kan deze de woning zelf gebruiken of bij verhuur de huur incasseren, terwijl de woning (mede) op naam van de kinderen staat.
Kiest de langstlevende echtgenoot of partner het vruchtgebruik van effecten, dan zijn voor deze de dividenden, terwijl de effecten (mede) op naam van de kinderen staan.

Een keuze voor vruchtgebruik heeft thans het nadeel dat de kinderen de bloot eigendom (dit is de eigendom belast met een vruchtgebruik) van hetgeen zij uit de nalatenschap hebben gekregen jaarlijks moeten opgeven voor de Inkomstenbelasting in hun box 3 vermogen. Dit terwijl zij zelf nog geen inkomsten hiervan genieten.
Dit is anders bij de wettelijke verdeling of quasi wettelijke verdeling, waarbij alle goederen aan de langstlevende echtgenoot of partner als erfgenaam worden toebedeeld. De kinderen krijgen dan een geldvordering op de langstlevende echtgenoot of partner. De kinderen hoeven deze geldvordering niet jaarlijks voor de Inkomstenbelasting in hun box 3 op te nemen. Deze zogenaamde defiscalisering is uitdrukkelijk in de Wet IB 2001 opgenomen.

In de voorstellen, die zijn opgenomen in het Belastingplan 2012 staat een uitbreiding van deze defiscalisering. De defiscalisering (in relatie echtgenoot/partner en kinderen) gaat dan ook gelden voor :

Door de voorgestelde defiscalisering is het ook fiscaal aantrekkelijker om bepaalde vermogensbestanddelen van de nalatenschap al (mede) op naam van de kinderen te zetten bij overlijden van de eerste echtgenoot of partner.

Stel man (65) en vrouw (63) zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben 2 kinderen.
Hun vermogen bestaat uit een huis (€ 500.000,00), obligaties (€ 200.000,00) en banktegoed (€ 100.000,00).
Ze hebben een combinatie testament wettelijke verdeling met overname- en vruchtgebruiklegaat. Het erfdeel van de langstlevende is een kindsdeel.
Man overlijdt in 2011

I. Wettelijke verdeling (geen vruchtgebruik gekozen)
Overlijden man

Verschuldigde erfbelasting langstlevende
Verschuldigde erfbelasting kinderen
Totale erfbelasting eerste overlijden
€ 0,00
€ 6.842,00
€ 6.842,00

Overlijden vrouw (statistisch) 21 jaar later

Totaal verschuldigde erfbelasting kinderen
Totaal verschuldigde erfbelasting
€ 75.276,00
€ 82.118,00

II. Combinatietestament (met vruchtgebruik obligaties (€ 200.000,00))

Overlijden man

Verschuldigde erfbelasting langstlevende
Verschuldigde erfbelasting kinderen
Totale erfbelasting eerste overlijden
€ 0,00
€ 6.842,00
€ 6.842,00

Overlijden vrouw (statistisch) 21 jaar later

Totaal verschuldigde erfbelasting kinderen
Totaal verschuldigde erfbelasting
€ 71.276,00
€ 78.118,00

Bovenstaand voorbeeld gaat uit van een gelijkblijvend vermogen. Indien de obligaties jaarlijks met 3% zouden stijgen, wordt in de situatie onder II. het belastingvoordeel nog groter (in plaats van € 4.000,00 wordt dit € 38.412,00).