- DE UITSLUITINGSCLAUSULE

Nieuwsbrief | 2005 | April

Er kan een uitsluitingsclausule gemaakt worden in een testament, wanneer men iemand iets wil nalaten (een erfdeel of een legaat) of men kan een uitsluitingsclausule verbinden aan een schenking.

Door het opnemen van de uitsluitingsclausule bereikt men dat het erfdeel, het legaat of de schenking verkregen wordt in het privévermogen van de verkrijger. Is de verkrijger gehuwd in gemeenschap van goederen dan valt het erfdeel, het legaat of de schenking niet in die gemeenschap van goederen. Een andere benaming voor uitsluitingsclausule is ook wel "anti-schoonzoonclausule" of "privéclausule". Bij een eventuele echtscheiding kan de ex-echtgenoot niet de helft opeisen.
De uitsluitingsclausule voorkomt ook dat het verkregene in een faillissement van de echtgenoot kan worden betrokken.

De uitsluitingsclausule kan behalve voor een gemeenschap van goederen, waarin men is gehuwd, ook gelden voor:
- verrekenbedingen, die gemaakt zijn in huwelijksvoorwaarden of samenlevingsovereenkomsten. Deze verrekenbedingen houden in dat afgerekend wordt tussen echtgenoten of samenwoners bij beëindiging van het huwelijk of de samenwoning alsof er gemeenschap van goederen is geweest;
- genoten "vruchten" van het geërfde of geschonkene zoals rente, dividenden of huur;
- datgene wat voor het geërfde of geschonkene in de plaats is gekomen ("zaaksvervanging").
Wanneer men ten tijde van het ontvangen van de schenking, het legaat of het erfdeel nog niet gehuwd is of nog niet samenwoont, geldt de uitsluitingsclausule ook voor een toekomstig huwelijk of een nog in de toekomst te maken verrekenbeding.