- DE WILSRECHTEN VAN KINDEREN

Nieuwsbrief | 2004 | April

Als iemand overlijdt zonder testament, terwijl hij was getrouwd en kinderen had, is de wettelijke verdeling van toepassing. Dit geldt vanaf 1 januari 2003. De langstlevende echtgenoot krijgt alle goederen en de kinderen krijgen slechts een vordering op hun langstlevende ouder. Als die langstlevende ouder overlijdt erven de kinderen de goederen die er dan nog zijn. Dat is het gewone geval.

Als de langstlevende ouder hertrouwt bestaat echter de kans dat bij zijn overlijden alle goederen naar zijn nieuwe echtgenoot gaan. Bij de wettelijke verdeling krijgt de nieuwe echtgenoot immers alle goederen. Als die nieuwe echtgenoot daarna overlijdt, erven de kinderen niet van hem, want zij zijn geen bloedverwanten. De kinderen zouden dus nooit meer iets uit de nalatenschap erven. Dat vond de wetgever onwenselijk.
De wetgever heeft daarom bij de wettelijke verdeling aan de kinderen soms het recht gegeven om van de langstlevende overdracht van goederen (tafel, stoel, horloge, huis) te vorderen. Dat noemt men een wilsrecht.

In het kort komt het er op neer dat de kinderen, als zij nog een vordering hebben (omdat het erfdeel van hun eerstoverleden ouder nog niet is uitgekeerd) bij hertrouwen van hun langstlevende ouder, overdracht van goederen kunnen vorderen. Zij kunnen ook geen gebruik maken van die mogelijkheid en pas later, bij het overlijden van hun ouder, alsnog van de stiefouder overdracht vorderen van goederen.
Op het bestaan van wilsrechten moet vooral gelet worden als iemand gescheiden en hertrouwd is. Als hij uit zijn eerste huwelijk kinderen heeft kunnen zijn kinderen - als hij zonder testament overlijdt – van zijn tweede echtgenote – de stiefouder van de kinderen - direct overdracht van goederen vorderen. De erflater kan echter ook wat dit betreft van de wettelijke verdeling afwijken. Hij kan de wilsrechten geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen om te voorkomen dat de tweede echtgenoot wordt lastig gevallen. Daarvoor moet hij dan weer een testament maken. Hij kan de wilsrechten ook in een testament uitbreiden.

Als de kinderen een wilsrecht inroepen krijgen zij goederen ter waarde van hun vordering op de langstlevende echtgenoot (een ouder of stiefouder). Zolang er echter nog een langstlevende echtgenoot is mag deze tijdens zijn leven de goederen blijven gebruiken en behoudt deze het vruchtgebruik over deze goederen.


Voorbeeld 1
Peter overlijdt met achterlating van zijn vrouw Maria en hun twee kinderen Joost en Bram. Peter heeft geen testament gemaakt. Op grond van de wettelijke verdeling krijgt Maria de hele nalatenschap, waard € 90.000,-. Joost en Bram krijgen ieder een geldvordering op Maria, groot € 30.000,-. Een paar jaar later komt een stiefouder in beeld: Maria hertrouwt met Steven. Joost en Bram kunnen dan een wilsrecht uitoefenen. Zij kunnen van Maria de eigendom opeisen van geld of goederen, ter waarde van € 30.000,-, maar Maria houdt wel het vruchtgebruik daarvan, zij mag dus de goederen tot haar dood blijven gebruiken: in geval van geld ontvangt Maria de rente en in geval van goederen mag zij die blijven gebruiken Joost en Bram hoeven bij het hertrouwen van Maria met Steven hun wilsrecht niet uit te oefenen. Zij krijgen nog een herkansing: als Maria vervolgens overlijdt, werkt de wettelijke verdeling weer en krijgt Steven de hele nalatenschap van Maria. Joost en Bram kunnen nu gebruik maken van een tweede wilsrecht. In plaats van uitbetaling in geld van hun vordering van € 30.000,- kunnen zij van Steven de eigendom opeisen van goederen uit Maria ’s nalatenschap, ter waarde van € 30.000,-. Daarnaast krijgen zij voor hun erfdeel in de nalatenschap van hun moeder Maria een geldvordering op hun stiefvader Steven. Hiervoor kunnen zij ook weer een wilsrecht uitoefenen (zie voorbeeld 2).
Voorbeeld 2
Veronica (gescheiden, weduwe of alleenstaande moeder) heeft twee kinderen, Karel en Kees. Zij (her)trouwt met Maarten, die daardoor stiefouder van Karel en Kees wordt. Als Veronica overlijdt, krijgt Maarten op grond van de wettelijke verdeling de hele nalatenschap van Veronica en krijgen Karel en Kees als mede-erfgenamen van hun moeder een geldvordering op Maarten ter grootte van hun erfdeel. Omdat Maarten niet hun eigen ouder is maar hun stiefouder, kunnen zij een wilsrecht uitoefenen: zij kunnen verlangen dat zij de eigendom van geld/goederen ter waarde van hun geldvordering krijgen. Wel mag Maarten deze goederen blijven gebruiken. Hij mag immers het vruchtgebruik uitoefenen. Als Karel en Kees geen gebruik van hun wilsrecht hebben gemaakt, krijgen zij een herkansing: zij kunnen alsnog bij het overlijden van Maarten gebruik maken van een tweede wilsrecht: in plaats van uitbetaling van hun geldvordering kunnen zij de eigendom van goederen uit de nalatenschap van Maarten ter waarde van hun geldvordering opeisen.