- DE LEGITIEME PORTIE VAN (KLEIN)KINDEREN

Nieuwsbrief | 2004 | Maart

Wanneer kinderen of eventueel kleinkinderen worden onterfd zijn zij geen erfgenamen van de overledene.
Wel hebben zij recht op een bedrag in geld (dit is de "legitieme portie"):
- wanneer zij een beroep doen op hun legitieme portie en dus niet berusten in een onterving; en
- wanneer zij dit beroep doen binnen vijf jaar na het overlijden.
De legitieme portie bedraagt de helft van wat men zonder onterving zou hebben geërfd. Een echtgenoot of een ouder heeft geen recht op een legitieme portie.

Deze legitieme portie is voor het (klein)kind pas opeisbaar wanneer de langstlevende echtgenoot is overleden en:
- de wettelijke verdeling van toepassing is; of
- een testamentaire bepaling is gemaakt dat de geldvordering niet kan worden opgeëist zolang de langstlevende echtgenoot in leven is.
Deze niet-opeisbaarheidsverklaring kan ook gemaakt worden in een testament van samenwoners op voorwaarde dat de samenwoners een notariële samenlevingsovereenkomst hebben gemaakt.
Samenwoners hebben vaak een samenlevingsovereenkomst, waarin staat dat bij overlijden van de eerste van hen de gemeenschappelijke goederen in zijn geheel eigendom worden ("verblijven") aan de langstlevende. Wanneer er (klein)kinderen zijn is het noodzakelijk ook testamenten te hebben met voormelde bepaling over de opeisbaarheid van de legitieme. Anders kunnen de (klein)kinderen met een beroep op de legitieme deze "verblijving" aantasten wanneer hiermee hun legitieme wordt geschonden.

Met een beroep op de legitieme kunnen ook andere testamentaire bepalingen worden aangetast, zoals bijvoorbeeld wanneer het erfdeel van het (klein)kind is belast met een vruchtgebruik of een bewind. Dit zijn "inferieure" makingen, die kunnen worden aangetast met een legitieme. Er kan dan alleen een beroep gedaan worden op de legitieme wanneer eerst het erfdeel belast met het vruchtgebruik of met bewind geheel wordt verworpen. Men is dan schuldeiser in de nalatenschap voor de helft van waar men zonder testament recht op zou hebben.

Onder het oude erfrecht (vóór 1 januari 2003) was het recht op de legitieme portie veel sterker. In tegenstelling tot het huidige recht gold voorheen:
- Met een beroep op de legitieme was men altijd erfgenaam.
- Men had altijd inzage in alle stukken en moest meedoen aan de verdeling van de nalatenschap.
- Dit recht verviel nooit.
- Met een beroep op de legitieme hoefde men niet te berusten in een executeurbenoeming.
- Als "legitimaris"(degene, die een beroep op zijn legitieme portie doet) had men altijd recht om onbezwaard en vrij goederen te verkrijgen.
- De grootte van de legitieme was afhankelijk van het aantal kinderen (bij een kind de helft, bij twee kinderen twee/derde en bij drie of meer kinderen drie/vierde).

Hoe berekent men de legitieme portie?
Men neemt het saldo van de nalatenschap zonder aftrek van de legaten.
Bij dat saldo van de nalatenschap worden opgeteld bepaalde schenkingen die tijdens het leven zijn gedaan onder andere:
- giften die aan legitimarissen zijn gedaan;
- giften die gedaan zijn om legitimarissen te benadelen;
- giften die vijf jaar voor het overlijden zijn gedaan aan andere dan legitimarissen;
- giften die tijdens het leven herroepelijk zijn.
Dit alles tezamen heet de "legitimaire massa".
Voorbeeld:
Bij overlijden van een langstlevende ouder met drie kinderen, waarvan één is onterfd, rekent men eerst uit wat de legitimaris zou hebben ontvangen zonder onterving namelijk een/derde gedeelte. De legitieme portie bedraagt de helft. Het onterfde kind heeft dan recht op een/zesde gedeelte van de legitimaire massa.